In 2025 boden minder basisscholen schoolzwemmen aan dan in 2021. Dit percentage daalde van 26 procent naar 21 procent. Dat blijkt uit onderzoek van het Mulier Instituut.
Schoolzwemmen vooral gericht op zwemvaardigheden onderhouden
Op 57 procent van de scholen is het schoolzwemmen gericht op het onderhouden van zwemvaardigheid en zwemveiligheid (‘natte gymles’). 21 procent van de scholen heeft als doel het halen van een zwemdiploma. Daarnaast combineert ongeveer 20 procent beide doelen.
Scholen focussen minder vaak alleen op zwemdiploma’s. In 2017 deed nog 36 procent dat. Steeds vaker kiezen ze voor een combinatie van doelen. Daarbij blijft het bevorderen van zwemvaardigheid en zwemveiligheid centraal staan.
Minder weken per jaar schoolzwemmen
De frequentie van schoolzwemmen neemt af: gemiddeld 19 weken per jaar per school. In 2021was dat nog 22 weken. Scholen die zich op diplomazwemmen richten, bieden meer weken per jaar schoolzwemmen aan dan scholen die alleen ‘natte gymles’ geven.
Meer schoolzwemmen in grote steden
In de drie grote steden Amsterdam, Rotterdam en Den Haag bieden veel meer basisscholen (42%) schoolzwemmen aan dan in andere regio’s. In deze steden is schoolzwemmen vooral gericht op het halen van zwemdiploma’s (48%). Ook dit aandeel is hoger dan in de meeste andere regio’s.
Verschillen in aanbod schoolzwemmen
Enquête onder schoolleiders in het primair onderwijs
De resultaten van dit onderzoek zijn gebaseerd op vragenlijstonderzoek onder 818 schoolleiders in het primair onderwijs. Dit onderzoek is onderdeel van de 3-meting Bewegingsonderwijs en sport in het primair onderwijs. In een factsheet licht het Mulier Instituut de resultaten over schoolzwemmen uit.