De 2.860 kinderen die vanwege de levensbeschouwing vrijstelling van leerplicht hebben, moeten alsnog de schoolbanken in. Wel krijgen ze de tijd voor een zorgvuldige overgang. Dat staat in de richtlijn die beroepsvereniging voor leerplichtprofessionals Ingrado publiceerde. Eva de Jong (NJi): "Ouders bepalen vanuit hun overtuiging dat thuisonderwijs beter is voor hun kind. Maar of dat ook zo is, weet niemand behalve de ouders zelf."
Onlangs besliste de Hoge Raad dat ouders alleen nog in uitzonderlijke gevallen een vrijstelling van leerplicht vanwege religieuze bezwaren of levensovertuiging kunnen krijgen voor hun kinderen. Tot dan toe konden zij vrijstelling van de leerplicht aanvragen als zij 'overwegende bedenkingen' hadden tegen het onderwijs in hun buurt. De uitspraak riep de vraag op of deze alleen geldt voor jonge kinderen die net leerplichtig worden, of ook voor kinderen die al een vrijstelling hebben. Om die onduidelijkheid weg te nemen, heeft Ingrado nu deze richtlijn opgesteld.
Gemeenten moeten volgens de richtlijn nieuwe aanvragen van vrijstellingen zorgvuldiger beoordelen. Als er binnen 6 kilometer van de woning openbaar basisonderwijs is, en binnen 20 kilometer van de woning openbaar voortgezet onderwijs beschikbaar is, dan wordt het verzoek afgewezen. Ook moeten gemeenten kinderen met een bestaande vrijstelling weer in beeld brengen en, waar mogelijk, terug begeleiden naar school. Voor deze groep is een zorgvuldige overgang nodig, waarbij gemeenten samen met ouders en andere partijen een plan maken voor een terugkeer naar passend onderwijs.
Ontwikkelen zoals op school
"In de discussie over thuisonderwijs spelen verschillende dingen", aldus Eva de Jong van het Nederlands Jeugdinstituut in een interview met NU.nl. "Zijn de ouders in staat thuis het onderwijs te geven, met de vaardigheden die een docent heeft? En kan een kind zich thuis ontwikkelen zoals op school, in contact met andere kinderen, en leren omgaan met andere zienswijzen? En wordt een kind voldoende voorbereid om zelfredzaam de maatschappij in te gaan?"
"Dat weten we nu niet, want dit wordt niet gevolgd", zegt De Jong. Buitenlandse onderzoeken die positief zijn over thuisonderwijs, komen uit landen waar toezicht is. "Vanuit de ontwikkeling van een kind gezien geldt: een kind is onderdeel van de samenleving. Het is belangrijk dat je leert samenleven met anderen. Je hebt elkaar nodig."
Er als kind alleen voor staan
"Sommige ouders geven mogelijk heel goed thuisonderwijs, maar andere ouders misschien niet. Ouders bepalen vanuit hun overtuiging dat thuisonderwijs beter is voor hun kind. Maar of dat ook zo is, weet niemand behalve de ouders zelf. Dus als het goed gaat, is er niets aan de hand. Maar als het niet goed gaat, ziet niemand dat en staat een kind er alleen voor."
Bron: NJi.