Voor de Kennisrotonde van Nationaal Kennisinstituut Onderwijs beantwoordde kennismakelaar Merel de Wit met behulp van Janneke de Wit de vraag of steunkaarten met letters leerlingen in groep 3 helpen. De uitkomst: ze zijn waarschijnlijk vooral effectief als tijdelijke ondersteuning.
Steunkaarten kunnen leerlingen helpen om tijdens een taak beter te presteren, omdat ze informatie makkelijker kunnen oproepen. Dit geldt waarschijnlijk voor alle leerlingen, ook bij lezen en schrijven. Voor groep 3 is dit echter niet specifiek onderzocht.
Beter presteren betekent niet automatisch dat leerlingen ook beter leren. Als leerlingen steunkaarten blijven gebruiken terwijl ze deze niet meer nodig hebben, kunnen ze afhankelijk worden van het hulpmiddel en minder een beroep doen op hun langetermijngeheugen. Op de lange termijn kan dit leiden tot minder leren.
Daarom lijken steunkaarten vooral effectief als tijdelijke, doelgerichte ondersteuning. Ze kunnen het beste worden ingezet bij leerlingen die een opdracht nog niet zelfstandig kunnen uitvoeren. De ondersteuning moet aansluiten bij de individuele behoeften van de leerling, zodat die zelfstandig kan oefenen zonder te veel hulp.
Wanneer leerlingen vaardiger worden, is het belangrijk de steunkaarten geleidelijk af te bouwen. Hierdoor doen leerlingen steeds meer een beroep op hun eigen kennis en vaardigheden. Het afbouwen hoeft niet volgens een vast schema: de leerkracht kan per leerling en per taak bepalen wanneer ondersteuning nog nodig is.
Dit vraagt van leerkrachten dat zij voortdurend inschatten wat leerlingen zelfstandig kunnen en wanneer een steunkaart nodig is. Ook is het belangrijk leerlingen uit te leggen hoe ze de kaarten moeten gebruiken en hen te stimuleren dit consequent te doen. Kortom: steunkaarten zijn waarschijnlijk vooral waardevol wanneer ze tijdelijk en afgestemd op de individuele leerling worden ingezet en vervolgens stap voor stap worden afgebouwd.
Het hele antwoord van de Kennisrotonde van Nationaal Kennisinstituut Onderwijs lees je hier.