Alles over een Gezonde Leefstijl Op School

Inspiratie opdoen om de schooldag dynamischer te maken

Interview Oscar Scipio van het KVLO

Kinderen zitten de hele dag op een stoel, waarbij het kwartiertje buitenspelen en de gymles de enige beweeg uitlaatkleppen zijn. Op het gebied van de software – bewegend leren, energizers of brainbreaks – en de hardware – ontwerp van gebouwen en schoolpleinen – valt nog veel inspiratie op te doen, zodat we kinderen een dynamischere schooldag kunnen aanbieden die uitdaagt tot bewegen en leren. Dat is voor Oscar Scipio van de KVLO een belangrijke motivatie voor het samen met GLOS en Arko Sports Media organiseren van de Studiereis Dynamische Schooldag Denemarken.

Oscar Scipio is parttime onderwijsadviseur primair onderwijs bij de KVLO, de belangenvereniging voor docenten en leerkrachten lichamelijke opvoeding en combinatiefunctionarissen onderwijs en sport. Daarbij houdt hij zich bezig met twee zaken: vakverenigingswerk (het kwalitatief verbeteren van bewegingsonderwijs) en vakbondswerk. Daarnaast is hij een dag vakleerkracht en een dag coördinator voor de vakgroep Almere. In die laatste hoedanigheid stuurt hij 43 vakleerkrachten aan op 40 scholen. Ook is hij in Almere coördinator van het naschools beweegproject het AKT.

Scipio kwam in aanraking met de dynamische schooldag door workshops van Wim van Gelder. Gesprekken met mensen die in Denemarken kennis hadden gemaakt met de dynamische schooldag brachten hem er vervolgens toe om de Studiereis Dynamische Schooldag Denemarken (19-23 april) mede op te zetten.

Zelf is Scipio al lang bezig om te onderzoeken hoe een schooldag voor kinderen dynamischer gemaakt kan worden. En vanuit de scholingskant van de KVLO zou hij dit graag aan meerdere mensen willen meegeven.

Hij legt kort uit, waarom de reis naar Denemarken gaat. “In Denemarken is het onderwijsconcept vanuit de overheid opgelegd. Onderdeel daarvan is dat scholen verplicht zijn om 45 minuten bewegen per dag in het programma op te nemen, naast de uren bewegingsonderwijs. Een belangrijk verschil tussen Nederland en Denemarken is dat in Nederland vooral aandacht is voor de software – methodes zoals Bewegend Leren – terwijl in Denemarken ook de hardware – de schoolgebouwen – aandacht krijgt. En dat waar in Nederland vaak eerst een gebouw wordt neergezet en vervolgens de visie van de school aan de orde komt, in Denemarken vanuit een visie een schoolgebouw wordt neergezet.”

Op deze manier is de hardware ondersteunend aan de dynamische school, legt Scipio uit. “Zo zijn beweegplekken in en om de school onderdeel van het ontwerp. Om dit ook in Nederland voor elkaar te krijgen, heb je niet voldoende aan de vakleerkrachten. Je zult ook de directies, de gemeenten, de architecten en de afdeling huisvesting van de gemeente mee moeten krijgen en er een gezamenlijk project van moeten maken. Met deze Studiereis hopen we hen te inspireren om schoolgebouwen anders te gaan ontwerpen en bouwen.”

Scipio wijst erop dat onderzoeken naar bewegend leren vooralsnog niet hebben bewezen dat bewegend leren ervoor zorgt dat de leerresultaten omhooggaan. De resultaten laten echter ook zien dat de leerresultaten niet achteruitgaan, als kinderen meer bewegen. “Leerlingen besteden kortom minder tijd aan cognitieve vakken of bewegen meer tijdens cognitieve vakken zonder dat dit een nadelig effect heeft op hun leerresultaten. Daarnaast is bewezen dat meer bewegen een positief effect heeft op de concentratie en op hun gezondheid. In Denemarken bezoeken we daarom zowel scholen die deze visie in de praktijk brengen als universiteiten die er onderzoek naar hebben gedaan.”

Scipio hoopt dat de Studiereis er ook toe bijdraagt dat de koudwatervrees tegen bewegend leren bij groepsleerkrachten afneemt: “Ze zijn vaak huiverig omdat ze het zien als ‘vrije beweegmomenten’, waarbij van alles kan gebeuren. In Denemarken, waar ze zo’n zes jaar geleden de omslag hebben gemaakt, bestond die vrees eerst ook, maar hebben ze er uiteindelijk een modus voor gevonden om mee om te gaan.”

Voor Scipio is de Studiereis Dynamische Schooldag Denemarken geslaagd wanneer de reis erin slaagt om deelnemers te inspireren en erover laat nadenken om de facetten van de Deense inzichten ook in Nederland in de praktijk te brengen.

Hij ziet in Nederland ook het begin van een omslag. “Jarenlang heb ik als vakleerkracht me moeten verdedigen. Zelfs kinderen vroegen me waarom ze moesten leren een koprol te maken. Inmiddels zien instanties dat de beweegvaardigheid van kinderen achteruitgaat en zijn ze ervan overtuigd dat daar wat aan gedaan moet worden omdat beweegvaardigheid belangrijk is. En dat begint met de basisvaardigheden. Als je als kind die namelijk onder de knie hebt, heb je een betere aansluiting bij allerlei sporten.”

Scipio vindt het jammer dat er alleen bij het VO voor bewegingsonderwijs wettelijke normen liggen. “Die zouden er ook voor het PO moeten zijn. En eigenlijk zou het bij de kinderopvang en de peuters moeten beginnen.” Hij wijst erop dat al is aangetoond dat zo’n aanpak vruchten afwerpt: “In Almere doen we allerlei beweeginterventies vanaf groep 1 PO tot en met groep 8 PO. Met als gevolg dat de groep zwakke bewegers die in groep 3 boven het landelijk gemiddelde lag aan het eind in groep 8 ruim onder de landelijke norm ligt. Een gevolg van goed bewegingsonderwijs en een integrale aanpak van de gemeente, waarin de verbinding tussen alle beweegpartijen gezocht wordt. Maar we zijn er nog niet, want er valt nog veel winst te behalen en daarom zal Almere ook met verschillende geledingen deelnemen aan deze studiereis. Op naar een beweegrijke toekomst voor onze kinderen.”