De beweegvaardigheid van leerlingen is hetzelfde als 7 jaar geleden, ondanks corona en de toegenomen schermtijd. Dat blijkt uit de landelijke peiling Bewegen en sport einde basisonderwijs 2023-2024 van de Inspectie van het Onderwijs, die in mei 2026 is verschenen. Steeds meer scholen hebben vakleerkrachten voor bewegingsonderwijs en veel kinderen sporten meerdere keren per week buiten schooltijd. Omdat kinderen bij gym ook leren om te spelen volgens de spelregels, naar elkaar te luisteren en conflicten op te lossen, dragen de lessen ook bij aan sociale vaardigheden.
Algemene beweegvaardigheid gelijk gebleven
De algemene beweegvaardigheid van leerlingen is gemeten met 12 verschillende oefeningen. De nadruk lag daarbij op ‘leren bewegen’ en ‘bewegen regelen’, zoals assisteren of afspraken maken. Uit het onderzoek blijkt dat de algemene beweegvaardigheid van leerlingen in 2023 vergelijkbaar is met die in 2016. Per oefening zijn er wel kleine verschillen: leerlingen zijn nu iets minder goed in mikken en rennen en iets beter in balanceren en verspringen. Uit de oefeningen gericht op kracht, snelheid en uithoudingsvermogen blijkt dat Nederlandse kinderen aan het einde van het basisonderwijs voldoen aan de Europese normen.
Niet alle doelen komen evenveel aan bod
Kinderen krijgen gemiddeld 90 minuten bewegingsonderwijs per week, meestal van een vakleerkracht. 90% van de scholen heeft een vakleerkracht voor bewegingsonderwijs, in vergelijking met 57% bij de vorige peiling. Vaak is er ook samenwerking met buitenschoolse partners, zoals sportverenigingen. Niet alles komt evenveel aan bod tijdens de les. Bij ‘leren bewegen’ wordt relatief vaak aandacht besteed aan balspellen en springoefeningen. Bewegen op muziek is slechts zelden een lesdoel. Voor ‘bewegen regelen’ geldt dat ‘handelen volgens afgesproken regels’ relatief vaak aan bod komt, terwijl ‘hulpverlenen bij beweegactiviteiten’ bijna geen aandacht krijgt.
Veel sporten buiten school, maar ook veel schermtijd
Ruim driekwart van de leerlingen sport in clubverband, vaak voetbal, hockey of volleybal. Veel leerlingen doen dat 3 keer per week. Ruim een derde van de leerlingen maakt via school gebruik van naschools sportaanbod. Driekwart van de kinderen beweegt ook regelmatig in de buurt of op straat: ze skaten of voetballen bijvoorbeeld. Tegelijkertijd geeft bijna de helft van de leerlingen aan dat ze 3 uur of meer per dag spelletjes spelen op een mobiel, computer of tablet. De helft doet dit 1 tot 2 uur per dag. Dit is toegenomen in vergelijking met de vorige peiling.
Kinderen vinden gymles leuk en belangrijk. Ruim twee derde van de leerlingen heeft het gevoel dat ze de oefeningen die ze moeten doen, ook kunnen. Leerkrachten vinden zichzelf zeer goed op de hoogte van de vakinhoud van het bewegingsonderwijs. In het toepassen van de meest recente inzichten of ontwikkelingen in hun lessen vinden ze zichzelf minder bekwaam. Daarnaast vinden ze een veilig en motiverend leerklimaat heel belangrijk.
Bewegen en sport belangrijk voor de hele school
Professionals die reflecteerden op de peiling raden aan de meerwaarde van het leergebied Bewegen en sport te benutten in het hele onderwijs. Het leergebied draagt bij aan de brede vorming van leerlingen: je leert hoe je met je lichaam omgaat én met elkaar. Dat sluit aan bij de burgerschapsopdracht die scholen hebben. De experts zien een belangrijke rol voor de vakleerkracht als ambassadeur voor bewegen binnen en buiten de school. Dus ook op het schoolplein en in de samenwerking met naschoolse activiteiten. Meer dan nu het geval is kan de schoolleider ‘bewegen’ opnemen in de visie van de school en betrokken zijn bij het leergebied. Dat zorgt ervoor dat bewegingsonderwijs meer is dan alleen de gymlessen en dat vakleerkrachten meer onderdeel zijn van het team, ook al werken ze soms op meerdere scholen.
Peilingsonderzoek
Peilingsonderzoeken worden uitgevoerd in opdracht van het Nationaal Kennisinstituut Onderwijs onder regie van de Inspectie van het Onderwijs. Deze onderzoeken geven een beeld van de leerlingprestaties en het onderwijsleerproces. Daarmee dragen ze bij aan de dialoog over inhoud, kwaliteit en het niveau van het onderwijs.
In 2016-2017 is een peiling Bewegingsonderwijs afgenomen in het (speciaal) basisonderwijs. In de nieuwe kerndoelen heet het leergebied Bewegen en sport. De peiling Bewegen en sport 2023-2024 is uitgevoerd door een consortium van onderzoekers van GION onderwijs/onderzoek, Cito, Bewegingswetenschappen van het UMCG, Hanze, Windesheim, HAN University of Applied Sciences, Fontys, De Haagse Hogeschool en de Hogeschool van Amsterdam.